Op mijn speurtocht naar authenticiteit kwam ik uit bij het Soefisme. Want wat is nou authenticiteit? Wat is het doel van het leven en waarom zijn we hier? Hoe weet je waar je nog aan kunt werken? Het Soefisme kan een mooie hulpbron zijn om je op je pad te vergezellen.
Het Soefisme is het mystieke pad van de Liefde. Het kwam tevoorschijn in de wereld van de Moslims in de achtste eeuw bij kleine groepjes zoekers die bekend stonden als “Reizigers op het Mystieke Pad.” Met hun diepe passie en verlangen naar God realiseerden zij de Waarheid als “De Geliefde,” en daarom werden zij ook bekend als “De Minnaars van God.” Later werden zij Soefis genoemd, mogelijk vanwege hun witwollen mantels (Sûf), of als aanduiding voor hun zuiverheid van hart (Safâ’). Deze kleine groepjes kwamen samen rondom spirituele leraren en door de tijd heen ontwikkelden zij zich als broederschappen en ordes, waarbij iedere orde de naam van de initiator droeg.
De essentie van het Soefipad bestaat uit de speciale traditie die van leraar op de discipel overgaat in een ononderbroken ketting van overbrenging. Iedere Soefiorder en leraar heeft bepaalde oefeningen en principes om de reiziger te helpoen tijdens de reis, om het vuur van verlangen gaande te houden in het hart en de aandacht gefocust te houden op het doel. De uitspraken en geschriften over het pad helpen de reiziger om de juiste houding en kwaliteiten te ontwikkelen en ook om inzicht te krijgen in de innerlijke gebeurtenissen die vaak verwarrend en verbijsterend zijn. De wegen van de liefde zijn heel anders dan die van het verstand.
Het Soefipad heeft als doel de vereniging met God. De reis naar het doel is voor iedere reiziger uniek; het is de reis “van de ene naar de Ene.”
Uit hun eigen ervaringen puttend beschrijven de Soefimeesters de innerlijke werking van het pad van liefde. Zij vertellen dat verlangen naar God onze onzuiverheden wegbrandt. Zij herinneren ons eraan dat de herinnering aan God ons dichterbij onze eeuwige essentie brengt en dat in momenten van totale wanhoop de Geliefde Zichzelf onthult: Hij die ver weg scheen wordt ontdekt als “dichterbij jou dan jij bij jezelf.” Zij delen hun glimpen van de essentiële eenheid van al het leven met eenvoud, openhartigheid en humor, en ze beschrijven de paradoxale natuur van deze mystieke reis.
De 10 eigenschappen als bewijs voor authenticiteit
Soefimeester Abû Sa’îd werd gevraagd, “Wie is de spirituele gids die de Waarheid heeft bereikt, en wie is de oprechte discipel?” De Sheikh antwoordde, “De spirituele gids die de Waarheid bereikt heeft is hij bij wie tenminste tien eigenschappen gevonden worden als bewijs voor authenticiteit:
Ten eerste moet hij een doel geworden zijn, in staat om een discipel te hebben.
Ten tweede moet hij zelf het mystieke pad gevolgd hebben om de weg te kunnen wijzen.
Ten derde moet hij gezuiverd zijn en wel opgevoed zijn om leraar te kunnen zijn.
Ten vierde moet hij genereus zijn, en gespeend van eigenbelang, zodat hij de rijkdommen kan opofferen ten bate van de discipel.
Ten vijfde moet hij niet de hand hebben in rijkdommen van de discipel, zodat hij niet in de verleiding komt om ze voor zichzelf te gebruiken.
Ten zesde moet hij, wanneer hij advies kan geven door een teken, niet een directe uitdrukking gebruiken.
Ten zevende zal hij, wanneer hij door vriendelijkheid kan boetseren geen gebruik maken van geweld en ongevoeligheid.
Ten achtste heeft hij, wat voor orders hij ook geeft, ze eerst zelf voltooid.
Ten negende heeft hij, wat hij de discipel ook verbiedt, zelf zich daarvan onthouden.
Ten tiende zal hij de discipel die hij geaccepteerd heeft omwille van God, niet om wereldse zaken verlaten.
Als de spirituele gids zo is, omgord met deze karaktertrekken, zal de discipel vast en zeker zuiver zijn en een goede reiziger, want wat er in de discipel naar voren komt, is de kwaliteit van de spirituele gids die in de discipel zichtbaar is gemaakt.”
Voor de discipel
Wat de oprechte discipel betreft heeft de Sheikh gezegd, “niet minder dan de tien karaktertrekken die ik genoemd heb moeten in de oprechte discipel aanwezig zijn, wil hij het discipelschap waardig zijn.
Ten eerste moet hij intelligent genoeg zijn om de aanwijzingen van de spirituele gids te kunnen volgen.
Ten tweede moet hij gehoorzaam zijn om de opdrachten van de spirituele gids uit te voeren.
Ten derde moet hij scherp kunnen horen om te ontvangen wat de spirituele gids zegt.
Ten vierde moet hij een verlicht hart hebben om de grootsheid van de spirituele gids te kunnen zien.
Ten vijfde moet hij te vertrouwen zijn, zodat wat hij ook bericht, hij te goeder trouw bericht.
Ten zesde moet hij trouw zijn aan wat hij zegt, zodat hij ook nakomt wat hij zegt.
Ten zevende moet hij gul zijn zodat hij ook weg kan geven, wat hij heeft.
Ten achtste moet hij discreet zijn, zodat hij een geheim kan bewaren.
Ten negende moet hij gevoelig zijn voor advies, zodat hij de oproep van de gids zal accepteren.
Ten tiende moet hij ridderlijk zijn om zijn eigen dierbare leven op het mystieke pad te offeren. Wanneer de discipel deze karaktertrekken heeft, zal hij gemakkelijker zijn reis volbrengen, en sneller het doel bereiken dat door de gids voor hem op het mystieke pad is uitgezet.”
Abû Sa’îd ibn Abî-l-Khayr (bron: http://www.goldensufi.org)
Meer informatie over het Soefisme:
- Wikipedia over Soefisme
- Het Golden Sufi Center
- Tot de Ene. De weg naar het universeel Soefisme (boek)













